Beter magazine herfst 2017Vanaf 2017 wordt door de zorggroep Alphen op één Lijn het magazine BETER uitgegeven.

BETER is de opvolger van GEZONDheid. Voorheen informeerde tijdschrift GEZONDheid u over de voordelen van de wijkgerichte samenwerking van eerstelijns gezondheidszorgorganisaties in Alphen aan den Rijn.

Het magazine BETER van Alphen op één Lijn kunt u hier lezen.

Soms lijkt het wel alsof er een epidemie van burn-out over ons land trekt. Is net de ene collega weer voorzichtig aan het werk, valt de volgende om.  Vaak tot hun eigen verbazing. Want je hóórt wel veel over burn-out – het onderwerp staat  in de bladen en er zijn vele boeken over volgeschreven – maar dat zijn vaak verhalen van mensen die over hun eigen ervaringen vertellen. Die mensen zagen het allemaal niet aankomen, anders hadden ze er wel iets aan gedaan, maar ineens konden ze niets meer.

Hun verhalen hebben doorgaans  een klassieke spanningsboog: eerst is er succes en heel hard werken, dan komt de klap van de massieve vermoeidheid, waarna de hoofdpersoon met vallen en opstaan een nieuw, meestal beter evenwicht in het leven vindt, gericht op iets hogers dan geld of succes. Mooie verhalen zijn het.

Maar wat is een burn-out eigenlijk? Wat is er wetenschappelijk bekend over de oorzaken? En zitten we nu echt middenin een epidemie? In deze serie artikelen over burn-out beginnen we  bij de basis: waar hebben we het over, als we het over burn-out hebben? Zes vragen.

Wat mensen ervaren als zij zeggen dat zij last hebben van duizeligheid, is zeer variabel. Zij kunnen het omschrijven als zijnde licht in het hoofd, het gevoel te hebben te kunnen flauwvallen, moeite te hebben met de balans, het gevoel te hebben dat zij constant naar één kant neigen, het gevoel dat de wereld om hen heen beweegt of draait of juist andersom het gevoel dat zijzelf in de lift of in de draaimolen zitten etc. Het inventariseren van al deze ervaringen zijn belangrijk om te bepalen wat de oorzaak zou kunnen zijn van de duizeligheid. Het licht in het hoofd voelen bij opstaan door een lage bloeddruk is wezenlijk anders dan de draaisensaties die men heeft omdat er iets met het evenwichtsorgaan aan de hand is. En uiteraard is een goede diagnose van belang om de juiste therapie te starten. Ook bepaalt de oorzaak van de duizeligheid of je van een behandeling snel resultaat mag verwachten, of dat het weken tot maanden kan duren voordat de klachten weggaan.

BPPD (benigne paroxismale positie duizeligheid)

De meest voorkomende vorm van duizeligheid is BPPD. Deze afkorting geeft aan dat er sprake is van een vorm van (draai)duizeligheid die goedaardig van aard is, wordt opgeroepen door bewegingen van het evenwichtsorgaan (oftewel het hoofd, want het evenwichtsorgaan zit in de schedel) en dat de duizeligheid bovendien gebeurt in korte aanvallen (van maximaal 1 minuut). Dus als je niet meer beweegt met het hoofd, behoort de duizeligheid - meestal een draaisensatie- binnen een minuut uit te doven. Ga je weer bewegen dan kan de duizeligheid weer worden opgeroepen maar opnieuw in een aanvalletje van maximaal een minuut. Deze vorm van draaiduizeligheid (in medische termen: ‘vertigo’) kan heel heftig en beangstigend zijn, maar is in principe dus niet ‘gevaarlijk’ en meest heel snel oplosbaar (1-4 behandelingen). Het verhaal achter deze vorm van duizeligheid is, dat de steentjes (otolieten) die zich normaliter ook al in het evenwichtsorgaan bevinden, op de verkeerde plek terecht zijn gekomen. Vergelijk het met een beschuitje met hagelslag dat je op zijn kant of op zijn kop houdt, waardoor er één of meerdere hagelslagjes van het beschuitje afvallen . De truc is om via een bepaalde volgorde van kantelingen van het hoofd, de hagelslagjes weer op het beschuitje te krijgen. Soms lukt dit in één keer, soms zijn enkele behandelingen nodig om alles weer op de goede plek te krijgen. Maar in principe mag je bij deze vorm van duizeligheid op korte termijn op goed resultaat rekenen.

Ben je op zoek naar een aanvullende zorgverzekering voor Fysiotherapie? Vergelijk zorgverzekeringen, voorwaarden en premies van verschillende zorgverzekeraars in de Zorgvergelijker van de Consumentenbond.

Aanvullende verzekering voor fysiotherapie

Fysiotherapie houdt zich bezig met klachten aan het houdings- en bewegingsapparaat, bijvoorbeeld bij nek- en rugklachten en sportblessures.

Als je een aanvullende verzekering voor fysiotherapie afsluit, worden ook behandelingen door de oefentherapeut Mensendieck en Cesar, kinderfysio- of oefentherapeut, manueel therapeut, bekkenfysiotherapeut, geriatrisch fysiotherapeut en oedeemtherapeut vergoed.

Een aanvullende verzekering voor fysiotherapie kan verstandig zijn als je (vaker) last hebt van je rug of van zwakke gewrichten. De meeste zorgverzekeraars vergoeden een maximum aantal behandelingen per jaar.

Denk je erover een aanvullende zorgverzekering af te sluiten voor fysiotherapie? Bekijk de voorwaarden en premies van iedere zorgverzekeraar in de Zorgvergelijker van de Consumentenbond.

 

Lees verder op Consumentenbond.nl      Naar de Zorgvergelijker

Hoe zorg je ervoor dat iemand met angst of stemmingsklachten op het juiste moment de juiste zorg en de juiste informatie krijgt? Vaak zijn bij één patiënt meerdere zorgverleners betrokken. De patiënt profiteert van goede samenwerking tussen zorgverleners die elkaars werkwijze kennen. Op 25 augustus  organiseerde de projectgroep GGZ van Alphen op één lijn samen met Reos de bijeenkomst ‘Moeilijke zaken makkelijk maken’. 

Op de bijeenkomst spraken ruim vijftig zorgverleners over een gezamenlijke aanpak bij angst of stemmingsklachten. Na de lancering van het regionale zorgprogramma Angst- en Stemmingsproblematiek nam Alphen op één lijn initiatief om het programma in de eigen organisatie te implementeren. Want werkafspraken op papier is één, ermee gaan werken is stap twee.

De projectgroep GGZ Alphen en Reos betrokken alle disciplines die betrokken zijn bij de GGZ behandeling en vroegen hen ter voorbereiding op de bijeenkomst wat er nodig is om de eigen werkwijze in overeenstemming te brengen met de aanbevelingen uit het zorgprogramma. Zo ontstond er inzicht in de ‘kloof’ tussen het huidige en het gewenste handelen.

Alle disciplines aanwezig om implementatie te bespreken
Medebepalend voor het succes van de bijeenkomst was dat van elke discipline meerdere vertegenwoordigers aanwezig waren inclusief acht Gezondheids psychologen. Nadat de leden van de projectgroep GGZ het zorgprogramma hadden toegelicht werd aan de hand van het stroomschema van Stichting kwaliteitsontwikkeling GGZ in tweetallen besproken welke rol ieder heeft in het zorgproces en welke raakvlakken er zijn. Dat leverde boeiende gesprekken op waardoor de bijdrage van elke discipline verhelderd werd. Zo ontdekten de diëtist en de psychosomatisch fysiotherapeut dat zij nu vaak niet gelijktijdig zorg verlenen aan een patiënt, terwijl die zorg elkaar goed kan versterken. En apothekers en diëtisten ontdekten dat men meer gebruik kan maken van elkaars kennis rond medicijngebruik en voeding.

Maken van gezamenlijke werkafspraken, bijvoorbeeld over educatie
Als er meerdere zorgverleners betrokken zijn bij één patiënt - ná elkaar of in een zelfde periode – dan zijn de schakelmomenten van groot belang voor een goede zorgervaring door de patiënt. Het zorgprogramma doet daar aanbevelingen over. Deelnemers keken kritisch naar hun eigen werkwijze en wat er nog verbeterd kon worden. Bijvoorbeeld door gezamenlijke afspraken te maken over educatie: welke websites worden geadviseerd? En hoe stem je de voorlichting onderling af bij extreem angstige patiënten? Op het terrein van e-health: kennis van goede programma’s kan meer gedeeld worden. Worden er vragenlijsten zoals de 4DKL (vier dimensionale klachtenlijst) afgenomen dan kunnen de scores meegestuurd worden met een verwijzing. Het liefst digitaal via het Keten Informatie Systeem (KIS). 

Ontdekken hoe zorg met gezamenlijke afspraken te verbeteren
Op de bijeenkomst werd duidelijk dat het KIS geen mogelijkheid kent om de hoofdbehandelaar aan te vinken. Dat is wel belangrijk, bijvoorbeeld als de apotheker contact wil opnemen om te bespreken of medicatie noodzakelijk blijft. Per Farmacotherapie Overleg (FTO) kunnen de apotheker en huisartsen afspraken maken over eerste keuze antidepressiva. De apotheker kan feedback geven op afwijkende recepten zodat de afspraken ook bewaakt worden. Zo wordt de verbetercirkel rond! Bij terugvalpreventie worden vaak afspraken met de patiënt gemaakt; huisarts en praktijkverpleegkundige/praktijkondersteuner GGZ kunnen daar systematischer over geïnformeerd worden zodat ze de patiënt daarover kunnen aanspreken. Kortom: de deelnemers deden tal van ontdekkingen hoe de zorg met gezamenlijke afspraken verbeteren kon. 

Zorgprogramma zorgvuldig bekijken per discipline
Maar ook per discipline werd geconstateerd dat er werk aan de winkel was om het zorgprogramma zorgvuldig te kunnen uitvoeren. Zowel de diëtisten als de psychosomatische fysiotherapeuten hadden al overleg gepland. De POH GGZ gaan vanuit hun gezamenlijk platform de huisartsen instrueren over de manier van werken volgens het zorgprogramma. De gezondheids psychologen realiseerden zich de meerwaarde van regionaal overleg en gaan bekijken hoe dat opgezet kan worden. Implementatie van het zorgprogramma angst- en stemmingsproblematiek wordt per centrum aangepakt: het management team van elke GES heeft de leiding. De voorzitters van de management teams wisselen onderling uit ‘wat werkt en wat minder’, delen tips en hulpmiddelen. 

Deelnemers zijn geïnspireerd
De deelnemers waardeerden de bijeenkomst zeer. Enkele uitspraken: ‘Fijn om gezichten te zien bij de namen van hulpverleners’, ‘Het leeft meer’, ‘Aandachtspunten worden duidelijk’, ‘Helderheid over wat ons nog te doen staat’, ‘Draagt bij aan korte lijnen tussen de hulpverleners’. Diverse zorgverleners spraken op de bijeenkomst het voornemen uit om het zorgprogramma ‘nog eens goed te gaan lezen’.

Thirza Douglas, psychosomatisch fysiotherapeut, Frederike Gieles, POH GGZ en Kirsten Kouwen-Lubbers, apotheker en Erik Pleij, huisarts (de projectgroep GGZ vanuit Alphen) kijken samen met de Reos adviseurs John Hoenen en Eva van Steenbergen terug op een geslaagde bijeenkomst. De zorgvuldige voorbereiding heeft zeker vruchten afgeworpen; die methodiek kan ook bij de implementatie van andere zorgprogramma’s van waarde zijn. Met deze bijeenkomst heeft Alphen op één lijn laten zien wat de inhoudelijke meerwaarde kan zijn van regiobrede samenwerking.

Bron: www.reos.nl