Corné Hekkema is lid van het Schoudernetwerk Groene Hart Ziekenhuis Gouda.schoudernetwerk Dit netwerk heeft tot doel de behandeling van schouderproblemen op een kwalitatief hoog niveau te krijgen en te houden. In samenwerking met de afdeling orthopedie van het GHZ worden er behandelprotocollen en richtlijnen ontwikkeld voor de (na)behandeling van schouderproblematiek.

Sinds 2010 jaar bestaat het Schoudernetwerk Groene Hart, welke een initiatief is van de orthopedie en de fysiotherapieafdeling van het Groene Hart ziekenhuis en vijf fysiotherapeuten uit de omgeving Gouda, waaronder Corné Hekkema. In enkele jaren is er een goede vereniging ontstaan met circa 65 aangesloten fysiotherapeuten met een steeds toenemende kennis van de problemen rondom de schouder. Dit moet leiden tot het beter en efficiënter behandelen van de patiënt met schoudergerelateerde klachten. Corné is op dit moment secretaris van het schoudernetwerk .

 

Schouderspreekuur

De fysiotherapeuten, binnen het Netwerk, hebben de mogelijkheid hun patiënten, voor extra onderzoek, te plaatsen op een Schouderspreekuur. U wordt dan door een andere fysiotherapeut ontvangen en onderzocht, waarna orthopeden Onstenk en Haen dit ook nogmaals doen. samen met de overdracht van uw huidige fysiotherapeut wordt er dan een behandelplan opgesteld. De fysiotherapeutische behandeling blijft bij uw fysiotherapeut doorgaan indien dit nodig is. Dit schouderspreekuur is iedere week op vrijdag in het Groene Hart Ziekenhuis te Gouda.

De kennis over schouderaandoeningen heeft de laatste jaren een groei in kwaliteit en mogelijkheden doorgemaakt. Hierdoor is de behandeling door de fysiotherapeut gespecialiseerder geworden. De fysiotherapeut binnen het schoudernetwerk van het Groene Hart ziekenhuis wordt door specifieke jaarlijkse scholing up to date gehouden van de nieuwste inzichten op het gebied van de schoudergordel.

De afdeling orthopedie van het Groene Hart Ziekenhuis adviseert patiënten met een schouderaandoening zich te laten behandelen door een fysiotherapeut die is aangesloten bij dit netwerk.

Onder schoudergerelateerde aandoeningen vallen ook klachten in de nek en bovenrug. Tevens kunnen klachten in de gehele arm voortkomen door problematiek vanuit de schouderregio.

Enkele veel vorkomende schouder problemen:

Impingement (inklemming) problemen:
Het impingementsyndroom van de schouder is een toestand waarbij de ruimte onder het schouderdak (de zogeheten subacromiale ruimte) te klein is voor structuren die hier gelegen zijn. Dit schouderdak bestaat uit twee benige uitsteeksels van het schouderblad; het acromion en de processus coracoides. Tussen beide is het ligamentum coracoacromiacum gespannen. Zowel de slijmbeurs (bursa subacromiodeltoidea) als de pees van de musculus supraspinatus (spier) kunnen bekneld raken tussen de kop van het opperarmbeen (lat: caput humeri) en de onderzijde van het schouderblad (lat: scapula). Door deze beknelling kunnen de slijmbeurs en de pees geïrriteerd raken en ontsteken wat resulteert in respectievelijk bursitis en tendinitis (slijmbeurs -en peesontsteking). Ook de continue wrijving van deze structuren zoals veroorzaakt bij bepaalde sporten en werkzaamheden kan het impingementsyndroom tot resultaat hebben.

Arthrose:
Bij schouderartrose is er sprake van slijtage in het schoudergewricht. Pijn in de schouder, voortdurend aanwezig of alleen als u uw arm beweegt, kan wijzen op artrose. Bijkomende klachten kunnen zijn dat uw schouder 's nachts pijn doet, dat uw schouder kraakt bij beweging en dat u uw arm niet meer zo goed kunt gebruiken

Zoals bijna ieder gewricht, kan ook de schouder onderhevig zijn aan slijtage. Kort gezegd is de oorzaak meestal 'het leven'. Ieder mens krijgt in de loop van zijn leven slijtage aan zijn gewrichten, hewel de één wat eerder dan de ander. Ook de mate van slijtage is per individu anders. Een andere reden van ontstaan van slijtage (arthrose), is door een trauma. Tenslotte is ook reumatoïde artritis een oorzaak voor slijtage.Indien een gewricht slijtage heeft is dit niet meer te veranderen.

Behandeling bestaat in eerste instantie altijd uit pijnstillers, al dan niet voorgeschreven door een arts, en fysiotherapie. De fysiotherapeut gaat met u samen aan de slag om de problemen die bij slijtage horen aan te pakken. Met name het functioneren met uw versleten gewricht staat voorop.

 Indien dit alles niet helpt is er nog een laatste redmiddel:

Een schouderprothese (Total Shoulder):
Wanneer is de operatie nodig? De schouder bestaat uit 3 botstukken: het schouderblad, het sleutelbeen en de bovenarm. Het schouderblad en de bovenarm zijn door middel van een gewricht aan elkaar verbonden. Wanneer de onderdelen van de schouder in goede conditie zijn, kan de schouder vrij en pijnloos bewegen. Een blessure aan de schouder, reumatoïde artritis of slijtage van één van de onderdelen in de schouder kan leiden tot pijn tijdens bewegen of stijfheid in het gewricht. Als andere therapieën zoals pijnstilling, fysiotherapie en injecties niet voldoende helpen kunt u in aanmerking komen voor een nieuwe schouder.
Tijdens de operatie verwijdert de orthopeed de schouderkop en plaatst een pen in de bovenarm, voorzien van een metalen kop. Eventueel plaatst de orthopeed een kunstkom, maar dit is meestal niet nodig.
Na de operatie bent u de eerste zes weken beperkt in uw mogelijkheden. De eerste weken mag u niets met uw geopereerde arm uitvoeren, behalve fysiotherapeutische oefeningen. Dit betekent dat u hulp nodig in al uw dagelijkse bezigheden, van douchen/aankleden tot koken etc..

Frozen Shoulder
Het proces van een frozen shoulder (= vastzittende schouder), gaat in drie fases. De eerste is de pijnlijke ontstekingsfase, waar pijn op de voorgrond staat. In deze fase is een goede diagnostiek van belang. Vaak helpt een kapselinjectie om de pijn te verminderen. Verder zijn ontstekingsremmers en pijnstillers vaak van belang. Dit is belangrijk om het bewegen van de schouder mogelijk te houden. Indien er veel pijn aanwezig is gaat de schouder juist vastzitten, doordat er minder bewogen wordt. Indien de pijn gaat afnemen blijft er een fase over waar de beweeglijkheid van de schouder drastisch is verminderd. In sommige gevallen is het bewegen voor 50-80 % verminderd tov normaal. In de laastte fase gaat de beweeglijkheid weer toenemen tot normaal. Dit proces kan in totaal van 6 tot 24 maanden duren. Belangrijk is de vroege diagnose stelling door de huisarts, fysiotherapeut en/of orthopeed.  

Spier-pees letsel:
de zogenaamde Cuffruptuur.  Bij een scheur in een schouderspier is in veel gevallen een hechting mogelijk door de orthopedisch chirurg. Leeftijd is hierbij belangrijk, alsmede de oorzaak van de spierscheur. De fysiotherapeutische (na)behandeling is essentieel voor het slagen van de operatie bij peeshechtingen. Goede kennis over deze situaties, door de fysiotherapeut,  is dus zeer belangrijk. 

Instabiliteit
Het schoudergewricht bestaat uit een kop en een vlak kommetje die bij elkaar worden gehouden door pezen (rotatorcuff), gewrichtsbanden en kapsel.
Bij een instabiel schoudergewricht beweegt de kop van de bovenarm tijdens het bewegen niet goed in het midden van de kom (glenoid). Dat kan veroorzaakt worden doordat het kapsel van het gewricht te slap is of doordat er een deel is beschadigd. Hierdoor kan de kop van de bovenarm uit de kom gaan wanneer een bepaalde beweging wordt uitgevoerd. Dit is de zogenaamde luxatie of ontwrichting van de schouder.
Herhaaldelijke luxaties zijn niet alleen vervelend, maar dit kan ook verdere schade toebrengen aan het schoudergewricht. Zo kan instabiliteit zorgen voor irritatie van pezen, kapsel, banden, labrum en slijmbeurs. Ook als de kop niet ontwricht (luxeert) kunnen er klachten ontstaan bij handelingen zoals gooien, werpen, slaan en reiken. Sportactiviteiten kunnen hierdoor worden beperkt. Naarmate de instabiliteit toeneemt, kunnen de luxaties toenemen of kan de schouder instabiel aanvoelen bij bepaalde bewegingen. Dit gaat gepaard met een acute pijn en met een klik, voelbaar en hoorbaar in de schouderstreek. De kop van de bovenarm springt vervolgens spontaan terug in het gewricht, waardoor de pijn verdwijnt.
De klachten kunnen ontstaan door een val of overbelasting. Meestal is de schouder op een eerste hulp teruggezet als er sprake is van een val. Bij overbelasting is de oorzaak minder duidelijk.
Diagnostiek De fysiotherapeut en orthopedische chirurg kunnen vaak al door uw verhaal en lichamelijk onderzoek de diagnose vaststellen. Eventueel wordt de diagnose aangevuld met een röntgenfoto en MRI onderzoek met contrastvloeistof.

Behandeling van schouderinstabiliteit begint met een afgestemd fysiotherapeutisch trainingsprogramma. Bij onvoldoende resultaat kan de orthopedisch chirurg u een operatieve behandeling adviseren.